Bosbeheer Gemeente Rhenen

Verslag thema-avond bosbeheer, 30 oktober 2019

Door Han Runhaar

Op 30 oktober 2019 vond in De Vlam een thema-avond plaats over het bosbeheer in de gemeente Rhenen. De thema-avond was georganiseerd door de WMR. De avond had twee doelen. Allereerst  wilden wij op de avond inzicht geven hoe het bosbeheer in Nederland en in Rhenen is georganiseerd en wat de doelstellingen van het bosbeheer zijn. In de tweede plaats wilden wij een discussie starten over de vraag in hoeverre het bosbeheer in Rhenen tegemoet komt aan de wensen vanuit natuur en landschapsbeleving en de wensen van inwoners.

De bijeenkomst in de bovenzaal zat maximaal vol. Daaruit blijkt dat inwoners van Rhenen zich zeer betrokken voel en bij de bossen en bosbeheer.

De avond begon met een presentatie door Frits van Beusekom, voormalig directeur terreinbeheer en natuurbehoud bij Staatsbosbeheer. Begin 2019 stelde hij het kapbeleid van Staatsbosbeheer in de bossen op de Utrechtse Heuvelrug ter discussie. Dit was aanleiding voor een landelijke discussie in de kranten en zelfs Kamervragen over het bosbeheer. In zijn presentatie ging hij in op de verschillen tussen het klassieke kaalkapbeheer, waarbij bossen periodiek worden gekapt en weer nieuwe bomen worden aangeplant, en natuurvolgend beheer, waarbij periodiek een deel van de bomen wordt gekapt met als doel een meer gevarieerde structuur en soortensamenstelling te krijgen. Hij zag met grote teleurstelling dat Staatsbosbeheer de laatste jaren vanuit productiedoelstellingen steeds meer terugvalt op het ouderwetse kapbeleid. Daarmee wordt de ontwikkeling naar een meer natuurlijk bos met 60 tot 100 jaar teruggezet in de tijd, de gemiddelde leeftijd van de huidige bossen.

De tweede lezing werd gegeven door Bea Claessens, een zelfstandig adviseur die door de gemeente Rhenen wordt ingehuurd om het beheer van de stadsbossen te regelen. De stadsbossen zijn relatief jong. De oudste delen stammen uit de jaren 30 van de vorige eeuw. Het grootste deel is als productiebos aangelegd in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Oogst vindt plaats door jaarlijkse dunning, waarbij elk jaar in één van de vijf bosvakken hout wordt geoogst. Daarbij wordt maximaal de jaarlijkse aangroei aan hout geoogst. Door gerichte dunning wordt getracht een meer natuurlijk bos te ontwikkelen met veel variatie in structuur en soorten-samenstelling en met meer dood hout.

Randvoorwaarde vanuit de gemeente is wel dat de productiecapaciteit behouden blijft. Doelstelling is dat houtkap jaarlijks 15.000 Euro opbrengt. Dat geldt komt weer ten goede aan beheer en onderhoud van de stadsbossen. Het hout wordt ‘op stam’ verkocht. De gemeente Rhenen merkt de te kappen bomen (‘blessen’). De koper van het hout moet zelf zorgen voor het rooien en afvoeren van de gemerkte bomen. Daarbij dient de koper zicht te houden aan de landelijke regels en aan afspraken die met de gemeente zijn gemaakt.

Daarna gaf boswachter Hugo Spitzen een toelichting op het bosbeheer van Utrechts Landschap. Het Utrechts Landschap is terughoudend in het kappen van bomen: Gemiddeld wordt per dunning op de Laarsenberg en Grebbeberg niet meer dan 14% van de bijgroei in de voorgaande jaren geoogst. Er is geen productiedoelstelling. Het einddoel is dat het bos qua structuur en soortensamenstelling zo natuurlijk wordt dat verdere dunning niet meer nodig is. Ofwel, om de woorden van Hugo te gebruiken, dat het Utrechts Landschap zich als bosbeheerder ‘uit het bos blest’. Bij het afvoeren van bomen wordt gebruik gemaakt van een bodem sparende werkwijze.

In de pauze voorafgaand aan de discussie kregen de bezoekers de gelegenheid om memoblaadjes in te vullen en te plakken bij twee stellingen

In de daaropvolgende discussie, geleid door Dick Verkaar (ecoloog) kwamen, wegens tijdgebrek,  helaas niet alle gestelde vragen aan bod. Een overzicht van de  gestelde vragen en een korte samenvatting van de vragen door  Voorzitter Dick Verkaar is hier te vinden.

De opmerkingen en onze conclusies daar uit zullen we meenemen in ons volgende overleg met het Rhenense gemeentebestuur en Het Utrechts Landschap.

Discussie en Conclusie

Conclusie op basis van de presentaties is dat de er in de Rhenense bossen geen sprake is van kaalkap. In alle gevallen wordt natuurvolgend bosbeheer toegepast. Daarbij liggen de ambities bij het Utrechts Landschap hoger dan bij de gemeente Rhenen. Die laatste heeft naast een natuurdoelstelling ook een productiedoelstelling, en is niet van plan is zich zelf ‘het bos uit te blessen’.

Uit de discussie werd duidelijk dat er in de uitvoering nog wel het nodige te verbeteren valt. Er worden bij het blessen en rooien van de bomen nog wel eens nesten en holen over het oog gezien, en door inzet van zwaar materieel wordt, zeker in natte perioden, de bosbodem nog regelmatig te veel beschadigd.

Een discussiepunt is nog of het wel nodig en haalbaar is om te streven naar een volledig natuurlijk bos zonder exoten. Ervaring bij verwijdering van exoten als wintereik en lariks is dat zonder aanvullend beheer vlakken waar deze soorten zijn gekapt snel weer dichtgroeien met dezelfde exoten. Het netto effect is dan vooral dat het bos wordt terugzet in zijn ontwikkeling.

Presentaties:

Keerpunt in het Nederlandse Bosbeheer door Frits van Beusekom

 

Bosbeheer Gemeente Rhenen door Bea Claessens

Bosbeheer@Utrechts Landschap door Hugo Spitzen