Nieuws

Bestuurswisseling Stichting WMR

Eind 2021 heeft Han Runhaar afscheid genomen van de kerngroep van de WMR en zijn voorzitterschap beschikbaar gesteld.  Han was bestuurslid sinds 2002, waarvan ruim 10 jaar als voorzitter.  In 2011 initieerde hij de Natuurwerkgroep Kwintelooijen.  Han blijft als adviseur en als coördinator van de Natuurwerkgroep Kwintelooijen met de WMR verbonden.

Wij zijn blij dat Gerard Vernooij het voorzitterschap ad interim wilde overnemen. Gerard is vanaf 2006 al verbonden met de WMR als coördinator van de Paddenwerkgroep. Sinds kort is hij met pensioen en heeft hij meer tijd. Gerard is met veel enthousiasme begonnen aan zijn nieuwe rol binnen de WMR.

De bestuurssamenstelling is nu als volgt:

Gerard Vernooij, voorzitter a.i.

Willy Hoorn-de Vries, secretaris via info@stichtingwmr.nl

Sander van Opstal, penningmeester

Paddentrek 2021 in tijden van corona
oktober 2021, Gerard Vernooij

Dit voorjaar was er een uitzonderlijke periode van paddentrek met een corona-avondklok en te koud of juist erg warm maar droog weer,  met een laag aantal van 2800 overgezette padden. Wel zijn er relatief veel vrouwtjes overgezet.

De wegen waren rustig na het ingaan van de avondklok vanaf 28 maart op 21:00 u. Landelijk was er voor de paddenwerkgroepen geen ontheffing mogelijk voor het overzetwerk, maar de Gem. Rhenen stemde wel in met ons verzoek om een uitzondering! Met de avondklok waren er wel degelijk mensen op de weg, maar was het wel aanzienlijk minder druk.

Het voorjaar en de start vielen vroeg in op 22 februari maar na een paar dagen was het aangename weer met de  minimaal vereiste avondtemperatuur van 6 graden alweer voorbij en volgende een veel te koude en droge periode, waarna de padden pas vanaf 21 maart werkelijk tevoorschijn kwamen en we juist historisch warm weer gingen doormaken. Maar de luchtvochtigheid was niet goed genoeg voor een goede trek, het was gewoon te droog en het paddentrekseizoen kort.

Klikken voor een vergroting

Al doende was er niet zo’n  massale paddentrek als in de voorgaande 4 jaren. Met 2800 zijn er weliswaar net zoveel overgezet als in 2012 en 2016, maar we kenden wel over de laatste 10 jaar  een gemiddelde  van 3800, met juist een duidelijke toename over de laatste 4 jaar. Is het een uitschieter?

 

Klikken voor vergroting

Elk jaar is er wel een verrassing te vermelden en dit jaar was het zo dat we bij Heimerstein net zoveel vrouwtjes als mannetjes hebben overgezet terwijl we daar door de jaren heen ongeveer dubbel zoveel mannetjes als vrouwtjes tellen (hoewel de verhouding vorig jaar ook al een uitzonderlijke 2:3 was bij een gemiddeld totaalaantal; vrouwtjes dragen eitjes en die willen ze nu eenmaal erg graag overbrengen zou je kunnen denken).

 

Bij de Cuneraweg/de Grift kwamen we op 21 april na 25 avonden uit op 1072 padden en 1 poelkikker, en bij de N225/ Palmerswaard op 1728 padden en 2 kikkers en 1 kleine watersalamander.

 

De autoweg werd weer met borden afgesloten voor snelverkeer vanwege de leemkuil, maar padden kunnen er ook op weg zijn naar de Palmerswaard want een paar kilometer kunnen ze wel aan vanuit hun winterverblijf naar het voorplantingswater.
Ook De Oude Veensegrindweg werd afgesloten en bovendien heringericht tot fietsroute met langzamer autoverkeer, en dat is gunstig voor de overstekende amfibieën want de windvlagen van de auto zijn al dodelijk bij hogere snelheden.

Er werd ook geverbaliseerd, dat betrof zo’n 50 sluipauto’s per avond.

De faunaschermen vragen om steeds meer onderhoud van spandraden en andere beschadiging die zijn veroorzaakt door bermwerk en andere werkzaamheden of doorschietende geparkeerde auto’s, en ze moesten vooral bij Heimerstein weer vrijgemaakt worden van overwoekerende bramen, brandnetels en Japanse duizendknoop, die trouwens dit jaar allemaal enorm woekeren.

De kern van rapers bestond weer uit zo’n 16 enthousiaste personen, met een schil van ongeveer 10 mensen die hebben bijgesprongen. Een aantal van 25 vrijwilligers als kern is wenselijk want we staan er geregeld met te weinig handen. Een paar mensen konden we verwelkomen, terwijl anderen niet beschikbaar (meer) waren. We moeten blijven werven, ook omdat het raapgebied langs de N225 opgerekt is van Rotonde tot Stokweg.

Ter afsluiting een spannende vraag, klusjes en een oproep.

Gaan we nu in de Rhenense omgeving ook naar die landelijk vastgestelde teruggang van de gewone padden toe, en misschien zelfs die vastgestelde halvering in 10 jaar? Aan de geweldige vrijwilligers zal het niet liggen. Wel gunstig is dat de verspreiding van de gewone pad landelijk is toegenomen.

We hebben meer mensen nodig voor werkzaamheden aan en bij de faunaschermen.

Verkeersborden bij de stadsbossen kunnen volgend jaar wellicht beter aangepast worden, zoals met een aanduiding van “zonsondergang tot zonsopkomst” i.p.v. tijdstippen die voor de hele periode niet goed gelden.

De 50 km-borden langs N225 en Cuneraweg worden vaak genegeerd wat wegwerkers ook kennen, en dit blijft een punt van aandacht want 80 is onwenselijk en bovendien gevaarlijk, terwijl 60 al de snelheid is vanaf Remmerden, en (hoewel regel op N-wegen) toch ook wel vreemd in dit bochtige heel korte stukje over 700 meter met uitritten.

Misschien nog duidelijker borden en aanvullende bekendmaking met informatie over de paddentrek realiseren?

Laten we e.e.a. eens grondig met elkaar en met Gemeente en Provincie opnemen. Het 25 jarig jubileum is een uitstekend moment om eens grondig stil te staan en verbeteringen door te voeren.

Kaders voor de Toekomstvisie Rhenen 2035.

Input Werkgroep Milieubeheer Rhenen 15-9-2021

 

Een toekomstvisie bevat de visie en de kaders voor hoe het Rhenen van onze kinderen en kleinkinderen eruit gaat zien. In welke toekomst gaan zij leven? Welke vormen van wonen, werken ,  leven, natuur en landschap mogen zij real;iseren?

Rhenen is buitengewoon rijk aan natuur en landschap. Die natuur is veelal op verschillende manieren beschermd (Natura 2000, Landgoederen, Stadsbossen, Nationaal Natuur Netwerk) Veel inwoners van Rhenen (en bezoekers)  hechten grote waarde aan de natuur en het landschap van Rhenen. Het is belangrijk dat er in de kaders voor Rhenen 2035, speciaal aandacht besteed wordt aan de blijvende bescherming en ontwikkeling van die natuur. De WMR pleit voor opname van zeer duidelijke bescherming van natuur en landschap in de Visie Rhenen 2035.

De WMR ziet een aantal ontwikkelingen op Rhenen afkomen die ongunstig zijn voor de aanwezige belangrijke waarden van natuur en landschap. Het is daarom belangrijk dat in de kaders voor de toekomstvisie voor Rhenen 2035,  duidelijke randvoorwaarden en richtingen aangegeven worden met als doel behoud en versterking van de natuur, en met als doel het aangeven van een ontwikkelingsrichting voor landbouw , ondernemers en verkeer die duurzaamheid als vertrekpunt heeft.

Ontwikkelingen die op Rhenen afkomen, en tot welke kaders voor Rhenen 2035 dit zou moeten leiden:

  • Toenemende druk op natuur door woningbouw, recreatie en klimaatadaptatie in combinatie met deregulatie en decentralisatie;
    • Rhenen is bovengemiddeld rijk aan natuur en landschappelijke waarden, maar deze komen komende jaren onder druk te staan omdat er veel ruimte nodig is of nodig geacht wordt voor wonen, bedrijventerrein en zonneparken, en tegelijkertijd als randvoorwaarde wordt aangegeven dat deze ontwikkelingen niet mogen plaats vinden in het Binnenveld; dat zou beteken dat deze activiteiten vooral zou moeten plaatvinden op de oost- en westflank van de Heuvelrug en de uiterwaarden van de Neder-Rijn, gebieden die merendeels deel uitmaken van het Natuur-Netwerk Nederland (NNN).
    • Door decentralisatie krijgen gemeenten een belangrijker rol in ruimtelijke ordening, maar hoe waarschijnlijk is het dat gemeenten natuurwaarden van bovenlokaal belang zwaarder zullen wegen dan lokale (economische) belangen?  En zullen gemeenten gezien de deregulatie wel altijd voldoende middelen hebben om natuur en landschap te beschermen?
    • Door gebrek aan centrale ruimtelijke ordening en handhaving ontstaat het gevaar van versnippering en verrommeling waardoor landschap wordt aangetast én ecologische verbindingen worden geblokkeerd.
    • De afgelopen Corona-periode heeft laten zien dat de natuur erg te lijden heeft gehad van sterk toegenomen recreatiedruk. Op sommige plaatsen is die druk al te hoog. De  komende periode dient rekening te worden gehouden met een geleidelijke toename van recreatiedruk. Hoe voorkomen we dat toegenomen recreatiedruk leidt tot verstoring van de natuur en verdringing van extensieve recreatievormen door meer intensieve recreatievormen ?
    • Voortgaand biodiversiteitsverlies in zowel het landelijk gebied als op sommige plekken in de natuur zelf.
    • Voortgaand verlies van landschappelijke kenmerken en landschappelijke verscheidenheid.
  • Klimaatverandering
    • De komende jaren zullen veel maatregelen nodig zijn CO2 uitstoot te verminderen. De WMR ondersteunt het belang van deze maatregelen, maar wil wel voorkomen dat maatregelen eenzijdig worden afgewenteld op de natuur. Dit dreigt met name bij windmolens, waarbij om rekening te houden met nadelige effecten op omwonenden (geluidsoverlast, aantasting uitzicht) vaak wordt gekozen voor onbewoonde gebieden, die juist voor vogels van groot belang zijn. Minder geluidsoverlast voor mensen vertaalt zich zo in extra sterfte voor vogels.
    • Door toenemende hete perioden zal behoefte aan airco’s stijgen waardoor CO2 besparing deels weer teniet wordt gedaan. Hoe kan dit worden tegengegaan zonder mensenlevens in gevaar te brengen? Ook verstening van tuinen heeft een nadelige effecten op warmte én wateropslag. Hoe kan dit worden tegengegaan? En wat gaan we doen aan stedelijke vergroening om de stad ook in zeer warme zomers leefbaar te houden?
  • Extensivering landbouw
    • De huidige zeer intensieve landbouw staat sterk onder druk vanwege effecten op milieu (stikstof) en klimaat (CO2 uitstoot). Ook krijgt diervriendelijkheid steeds meer aandacht. Dat betekent dat rekening moet worden met een extensivering van de landbouw en tegelijkertijd een kleiner aantal boeren die hun inkomsten uit alleen de landbouw zullen kunnen halen. Dit zal consequenties hebben voor ruimtegebruik in het Binnenveld, dat nu nog vrijwel volledig is afgestemd op intensieve monofunctionele landbouw, en biedt mogelijkheden voor verweving van landbouw, recreatie en natuur in het gebied. Wij voorzien een Binnenveld met kringlooplandbouw, en allerlei vormen van gecombineerd ruimtegebruik. Gezien het grote biodiversiteitsverlies dat recent is opgetreden zouden we graag natuurherstel en natuurontwikkeling in het Binnenveld zien. De verbinding naar het Gelderse (“Mooi Wageningen”) en naar de Heuvelrug/Nationaal Park moet behouden en verbeterd worden.
  • Bebossing
    • De EU heeft niet alleen zeer ambitieuze plannen met de landbouw, maar ook met de vergroening van het platteland en CO2 vastlegging middels o.a. aanleg van bossen. Het valt te verwachten dat ook Rhenen hierin een taakstelling zal krijgen. Het ware goed dit als kans te zien en niet als bedreiging: dit is een kans om gebieden (en bedrijven) die niet duurzaam zijn, middels EU subsidie om et zetten in functies die een bijdrage leveren aan opslag van CO2, die een bijdrage leveren aan de versterking van de natuur, van ecologische verbindingszones en een stukje zijn van het antwoord op klimaatverandering.
  • Wonen
    • In haar visie gaat de gemeente uit van een stijgende bevolkingsomvang, onder meer door de overloop van bewoners uit de Randstad die hier komen vanwege de aantrekkelijkheid van het gebied. Om deze bevolkingstoename mogelijk te maken is toto 2040 de bouw  van minimaal 1000 woningen nodig. Daarbij wordt als beperking genoemd dat binnen de rode contouren de ruimte ontbreekt, en dat buiten de rode contouren de bouw van woningen lastig is door provinciale voorwaarden. Dat roept de vraag op of het niet logischer zou zijn om in plaats van (alleen) de beoogde bevolkingstoename (ook) de beschikbare ruimte als uitgangspunt te gebruiken? Het gaat hier immers niet om een onafwendbare ontwikkeling, maar om een keuze.

Het belang van duidelijkheid over de bescherming van natuurwaarden.

Veel natuur in en om Rhenen is wettelijk beschermd  (bv Natura 2000: deze gebieden zijn Europees beschermd, daar kan niet van afgeweken worden) , anderszins beschermd (NNN)  of in goede handen (Het Utrechts Landschap, Stadsbossen of privébezit. Ook de Rode Contour geeft een duidelijke begrenzing aan uitbreidingsplannen: tot hier en niet verder. Bestaande waarden van natuur en landschap moeten gerespecteerd worden en verder ontwikkeld worden.. Het is  van belang voor zowel bewoners als ondernemers duidelijk te maken in de Visie Rhenen 2035, dat de bestaande natuurwaarden en de bestaande bescherming een uitgangspunt is (een kader) voor de ontwikkelingen naar Rhenen 2035. Dit si niet alleen van belang voor de natuur zelf, maar ook voor de inwoners van Rhenen, voor ondernemers in Rhenen en voor bezoekers: de grote rijkdom aan natuur in en om Rhenen wordt gerespecteerd, gewaardeerd en is randvoorwaarde bij het beoordelen van toekomstplannen. De WMR pleit ervoor om ook in dit opzicht bewoner en ondernemer bestuurlijke duidelijkheid te geven: natuur en duurzaamheid zijn van groot belang en zullen gerespecteerd worden.

De noodzaak van positieve actie voor natuur en landschap.

Gezien de grote achteruitgang van natuur en landschap en de door het PBL en anderen voorspelde negatieve ontwikkelingen is de WMR van mening dat er in de kaders voor Rhenen 2035, niet alleen een kader voor de bescherming voor de natuur en landschap moet komen, maar in dit kader moet ook aandacht komen voor “positieve actie voor de natuur”. Bestaande afspraken over ecologische verbindingszones tussen Natura 2000 gebieden langs de Rijn en langs Rhenen verdienen het nu opgepakt te worden. Dat is ook van belang om helderheid te geven aan bewoners, omwonenden en ondernemers: Europese kaders en afspraken worden gerespecteerd en vormen kaders waar omwonenden op kunnen vertrouwen in hun natuurgenot.  Datzelfde geldt voor het ontwikkelen en bestemmen van onderdelen van het nationaal Natuur Netwerk. Maar ook het bestaande bosbeheer van de Stadsbossen kan nog steeds beter. En natuurgerichter. De productiedoelstelling kan nog verder afnemen ten gunste van multifunctioneel gebruik. Experimenten met het omzetten van delen van de Stadsbossen naar voedselbossen kunnen de betrokkenheid van burgers bij de natuur en hun duurzame voedselvoorziening vergroten. Het MOB kan nog steeds “terug naar de natuur”, kan nog steeds toegevoegd worden aan de Plantage en ontwikkeld worden tot een integraal natuuronderdeel daarvan.

Concentratie windmolens in het Binnenveld?
Door Han Runhaar, september 2020

April dit jaar is de conceptversie  van de Regionale Energie Strategie (RES) voor de Gelderse Vallei (Food Valley) verschenen. In dit rapport staat aangegeven waar volgens gemeenten en belangengroepen uit de Gelderse Vallei de beste plekken liggen voor opwekking van groene stroom met windmolens of zonneparken. Windmolens worden volgen het RES bij voorkeur geplaatst langs de aanwezige rijkswegen (A1, A28, A30 en A12). Dat is echter niet voldoende om te kunnen voldoen aan de toekomstige behoefte aan groene stroom. Daarom is gezocht naar mogelijke aanvullende plekken waar windmolens kunnen worden geplaatst.

Zoekgebieden voor plaatsing van windmolens in zuidelijk deel van de Gelderse Vallei.
Gemeente Rhenen: a Remmerdense Heide, b Binnenveld, c bedrijventerrein Remmerden

De meeste gemeenten zijn terughoudend geweest bij het aandragen van zoekgebieden voor plaatsing van windmolens. Uitzonderingen zijn de gemeenten Rhenen en Wageningen die een groot deel van hun buitengebied hebben opgegeven als mógelijke locaties (zie kaartje). Formeel heeft deze aanwijzing geen enkele status. Maar doordat andere gemeenten géén zoekgebieden hebben aangedragen ontstaat wel een risico. En wel dat bij de verdere invulling van de plannen de nadruk zal komen te liggen op de plaatsing van windmolens in het zuidelijk deel van de Gelderse Vallei, en dan met name in het Binnenveld.

Uit het vooronderzoek voor de RES Food Valley komt het Binnenveld naar voren als een potentieel zeer geschikte locatie. Vanwege de status als rust- en stiltegebied staan hier weinig woningen en bedrijfsgebouwen. Bovendien zijn voor behoud van het open landschap de aanwezige bomen voor een groot deel zijn verwijderd. Dat betekent dat er relatief veel wind is en dat er geen directe aanwonenden zijn die geluidsoverlast zouden kunnen ondervinden. We zouden het echter zeer wrang vinden als juist vanwege de status als rust- en stiltegebied dit deel van de Gelderse Vallei zou worden volgebouwd met windmolens. Dat heeft niet alleen nadelige gevolgen voor het open landschap, maar vormt ook een bedreiging voor de hier aanwezige water- en weidevogels.

Tijdens de gemeentelijke inspreekavond op 24 juni over de RES hebben we de gemeenteraad gewezen op het risico van concentratie van windmolens in het zuidelijke deel van de Gelderse Vallei doordat alleen dáár expliciet zoekgebieden zijn aangewezen. Bovendien hebben we aangegeven dat wat ons betreft het Binnenveld als rust- en stiltegebied gevrijwaard zou moeten worden van windmolens. Hier kunt u de tekst van onze inspraakreactie vinden.

Het Binnenveld met fietspad langs de Grift. Door aanwijzing als rust- en stiltegebied in het verleden heeft dit gebied zijn open karakter kunnen behouden.